Het verzuimpercentage laat zien hoeveel van de beschikbare werktijd door ziekte is uitgevallen. Organisaties gebruiken dit kengetal om ziekteverzuim te volgen, ontwikkelingen te signaleren en cijfers over verschillende perioden met elkaar te vergelijken.
De berekening is eenvoudig, maar de uitkomst vraagt om context. Een hoog verzuimpercentage betekent namelijk niet automatisch dat medewerkers zich vaker ziek melden. Ook enkele langdurige ziekmeldingen kunnen het percentage verhogen.
Op deze pagina lees je wat het verzuimpercentage is, hoe je het berekent, wat de uitkomst betekent en hoe je die op de juiste manier interpreteert.
Wat is het verzuimpercentage?
Het verzuimpercentage is het percentage van de beschikbare werktijd dat door ziekte verloren gaat. Met dit kengetal volg je hoe het ziekteverzuim zich ontwikkelt en kun je verschillende perioden eenvoudig met elkaar vergelijken.
Je kunt het verzuimpercentage berekenen over een maand, kwartaal of jaar. De berekening gebeurt meestal op basis van werkuren, omdat daarmee rekening wordt gehouden met verschillen in contracturen en parttime dienstverbanden. Sommige organisaties rekenen met werkdagen. Het principe van de berekening blijft hetzelfde.
Een verzuimpercentage van 4% betekent dat van iedere 100 beschikbare werkuren gemiddeld vier uur zijn uitgevallen door ziekte.
Hoe bereken je het verzuimpercentage?
De berekening bestaat uit drie eenvoudige stappen:
- Bepaal het totaal aantal verzuimde uren.
- Deel dit door het totaal aantal beschikbare werkuren.
- Vermenigvuldig de uitkomst met 100.
Formule
Verzuimpercentage = (verzuimde uren ÷ beschikbare werkuren) × 100
Voorbeeld
Een organisatie heeft in één kwartaal 25.000 beschikbare werkuren. Door ziekte vallen 875 uur uit.
875 ÷ 25.000 × 100 = 3,5%
Het verzuimpercentage over dat kwartaal bedraagt dus 3,5%.
Werk je met parttime medewerkers of medewerkers die gedeeltelijk ziek zijn? Dan neem je alleen de uren mee waarop daadwerkelijk niet is gewerkt. Zo blijft de berekening representatief voor de totale organisatie.
Welke afwezigheid telt mee bij het verzuimpercentage?
Bij het berekenen van het verzuimpercentage telt alleen de werktijd mee die door ziekte is uitgevallen. Vakantie, feestdagen, ouderschapsverlof, bijzonder verlof en andere vormen van gepland verlof worden normaal gesproken niet meegenomen.
Belangrijk is dat je binnen de organisatie steeds dezelfde rekenmethode gebruikt. Alleen dan kun je cijfers uit verschillende perioden betrouwbaar met elkaar vergelijken.
Wat zegt het verzuimpercentage?
Het verzuimpercentage laat zien hoeveel werktijd door ziekte verloren gaat. Daarmee krijg je snel inzicht in de omvang van het ziekteverzuim, maar het cijfer vertelt niet waarom medewerkers uitvallen.
Twee organisaties kunnen bijvoorbeeld allebei een verzuimpercentage van 5% hebben. Bij de ene organisatie wordt dat veroorzaakt door enkele langdurige ziekmeldingen, terwijl de andere organisatie juist veel korte ziekmeldingen kent. Het percentage is gelijk, maar de oorzaak is anders.
Gebruik het verzuimpercentage daarom als uitgangspunt voor verdere analyse en niet als eindconclusie.
Waarom is het verzuimpercentage belangrijk?
Door het verzuimpercentage periodiek te volgen, herken je veranderingen eerder en kun je ontwikkelingen beter vergelijken met eerdere maanden of jaren. Dat helpt bij het maken van onderbouwde keuzes.
Een stijgend verzuimpercentage kan gevolgen hebben voor de personeelsplanning, de werkdruk binnen teams en de continuïteit van werkzaamheden. Door ontwikkelingen vroeg te herkennen, kun je onderzoeken wat de oorzaak is en welke acties passend zijn.
Een hoog verzuimpercentage kan gevolgen hebben voor de personeelsplanning, de werkdruk binnen teams, de continuïteit van werkzaamheden en de kosten van ziekteverzuim. Door ontwikkelingen vroeg te herkennen, kun je onderzoeken wat de oorzaak is en welke acties passend zijn.
Wat is een goed verzuimpercentage?
Er bestaat geen verzuimpercentage dat voor iedere organisatie goed of normaal is. De hoogte van het verzuim hangt onder meer af van de branche, de werkzaamheden, de leeftijdsopbouw van het personeel en seizoensinvloeden.
Vergelijk het verzuimpercentage daarom vooral met eerdere maanden of jaren binnen je eigen organisatie. Die ontwikkeling geeft meestal meer inzicht dan een landelijk gemiddelde.
Wat is het verschil tussen verzuimpercentage, verzuimfrequentie en verzuimduur?
Voor een compleet beeld van ziekteverzuim worden verschillende kengetallen naast elkaar gebruikt.
- Verzuimpercentage: hoeveel werktijd door ziekte is uitgevallen.
- Verzuimfrequentie: hoe vaak medewerkers zich ziek melden.
- Verzuimduur: hoe lang een ziekmelding gemiddeld duurt.
Door deze cijfers samen te bekijken, ontstaat een completer beeld van het ziekteverzuim.
Waardoor verandert het verzuimpercentage?
Het verzuimpercentage kan stijgen of dalen door uiteenlopende oorzaken, zoals een griepgolf, langdurige uitval, veranderingen in de werkdruk of wijzigingen in de samenstelling van het personeelsbestand.
Kijk daarom niet alleen naar de uitkomst van de berekening, maar onderzoek ook waardoor het percentage verandert en of die ontwikkeling tijdelijk of structureel is.
Hoe gebruik je het verzuimpercentage in de praktijk?
Het verzuimpercentage is vooral waardevol wanneer je het regelmatig berekent. Eén meting zegt meestal weinig. Pas over een langere periode worden trends zichtbaar.
Veel organisaties berekenen het verzuimpercentage daarom iedere maand of ieder kwartaal. Door de uitkomsten naast eerdere perioden te leggen, zie je sneller of het verzuim toeneemt, afneemt of stabiel blijft.
Conclusie
Het verzuimpercentage geeft inzicht in de omvang van het ziekteverzuim, maar krijgt pas echt betekenis wanneer je de uitkomst in de juiste context bekijkt. Door het percentage regelmatig te berekenen en te combineren met cijfers zoals de verzuimfrequentie en verzuimduur, krijg je een completer beeld van de ontwikkeling van het ziekteverzuim binnen je organisatie.
Het verzuimpercentage is daarom een waardevol hulpmiddel om ontwikkelingen te volgen en onderbouwde keuzes te maken.